Momenteel ben ik een boek aan het schrijven over maatschappelijke beïnvloeding (politiek) en wat daarbij komt kijken. Het beste voorbeeld is over het algemeen waar het niet goed gaat. Voor mij is dat, met pijn in mijn hart, de cultuursector. Hieronder een deel van mijn komende boek.
Waarom het belangrijk is
Op het gebied van politiek activisme is één van mijn helden de acteur Kevin Spacey. Ademloos heb ik geluisterd naar zijn speech over het belang van kunst en cultuur bij de jaarlijkse Nancy Hanks Lecture. Deze lezing is onderdeel van de Arts Advocacy Day activiteiten van America for the Arts. Een organisatie die opkomt voor artistieke belangen en haar campagne- en lobbyactiviteiten op Arts Advocacy Day richt zich op de Amerikaanse overheid. Tegelijkertijd zijn deze activiteiten bedoeld om de eigen achterban te mobiliseren en een breed publiek aan te spreken. De hele presentatie uit 2011 had Spacey gecentreerd rond één kernvraag: “Does it matter?”. Het laat zich raden hoe Spacey deze vraag in het kort beantwoordde: “Yes, it does”. Met een simpel ja nam Spacey echter geen genoegen. Meer dan 40 minuten sprak hij bevlogen over het cruciale belang van kunst en cultuur, waarbij hij putte uit diverse bronnen. Een met een groot aantal argumenten omkleed betoog. De volgende passage maakte op mij het meeste indruk: “These kinds of experiences that I had as a young kid matter. And they matter for kids all across this country and they matter around the world, because art and creativity are one of the most significant ways that humanity uses to fight back against and lift itself out of the muck, and the dirt, and the grime, and the horror, and the unfairness of political persecution, racist attack, hatred, intolerance, and downright cruelty."
In dezelfde periode, de zomer van 2011, las ik een column van filosoof Alain de Botton genaamd: “A Point of View: Justifying culture”. In dit artikel beschrijft De Botton het desastreuze effect van de bezuinigingen van de Britse overheid op de geesteswetenschappen. De schuld daarvoor legt De Botton ook, en stevig, bij de universiteiten zelf. De geesteswetenschappen hebben volgens hem nagelaten uit te leggen aan het bredere publiek waarom zij er toe doen. Wat is de reden van hun bestaan? Het is volgens hem dan ook niet gek als mensen niet massaal in verzet komen tegen forse bezuinigingen van de overheid op de geesteswetenschappen. Zo stelt hij: "Now they have learnt that if they couldn't say in clear terms why they still mattered, then an impatient, harried government might just decide that they didn't really, and a bored, stressed, stoical wider public wouldn't bother to raise a hand in protest.”
De speech van Spacey en het artikel van De Botton had ik gezien, nadat ik had geschreeuwd op het Leidseplein en mee had gelopen van Rotterdam naar Den Haag. In november 2010 ben ik voor het eerst in mijn leven gaan staken. Niet omdat ik dacht dat het effect zou hebben, maar omdat ik iets moest. De bezuinigingen op kunst en cultuur onder leiding van mijn eigen partij, de VVD, raakte me. Alleen ik wist niet waarom. Ik kon het voor mezelf op dat moment nog niet onder woorden brengen. In een poging om daarachter te komen ben ik gaan staken op het Leidseplein te Amsterdam (de Schreeuw om Cultuur) en heb ik een half jaar later de Mars der Beschaving gelopen. Daarna ben ik opzoek gegaan naar antwoorden op de vraag waarom het belangrijk voor me is. Ik werd bevestigd in mijn zoektocht door de woorden van De Botton en Spacey, maar ook door Evelien Prakken, destijds celliste bij Holland Symfonia Orkest. Zij zei in uitzending van Eenvandaag van 27 juni 2011:
“Ik mis het debat over de inhoud van de kunsten, wat draagt het bij? Wat betekent het? Voor mensen, voor gemeenschappen. Dat mis ik. Ik hoor de hele tijd hele snelle oneliners van bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen.”
Die vraag, waarom legt niemand uit waarom het belangrijk is hield me in mijn greep. Totdat ik me begon af te vragen, waarom doe ik het zelf niet. Daarom ben ik in september 2011 begonnen met het verzamelen van kunst en cultuur gerelateerde items en heb deze geplaatst op een Facebook-pagina. Deze pagina noemde ik het begin “Waarom het belangrijk is” en heb ik later omgedoopt tot het huidige Arts, Culture and Education Forum. De eerste 1,5 jaar heb ik voornamelijk passief materieel verzameld op deze pagina. Vanaf het voorjaar van 2013 ben ik er eindelijk voor gaan staan, vooral op de digitale zeepkist. Eerlijkheidshalve had ik bar weinig succes naar mijn eigen maatstaven. Het resultaat wat ik wenste, een omslag in het cultuurklimaat bleef uit. Ik heb bijvoorbeeld vanaf 13 juli 2013 elke dag een internet-filmpje over het belang van kunst en cultuur geplaatst onder # Uitmarkt op Twitter en Facebook, met als hoop een langdurig inhoudelijke debat over kunst en cultuur in ons land opgang te krijgen. Het kwam er destijds niet. Ik had gefaald.
Het was niet mijn enige mislukking. Zo mailde ik de Rode Hoed en Kunsten’92 in december van 2012 en in april van 2013 om gezamenlijk een groots kunstdebat te organiseren. Ik kreeg het niet van de grond. In augustus van 2013 schreef ik aan TEDx Amsterdam: “Graag zou ik willen bijdragen aan een continu debat over kunst en cultuur. De beste periode daarvoor lijkt mij de jaarlijkse opening van het culturele seizoen, de Uitmarkt. Daarom dacht ik (voor de toekomst) aan een Tedx Uitmarkt, circa vier artiesten/kunstenaars uit vier verschillende disciplines die spreken over kunst en cultuur. Dit idee heb ik in juni j.l. ook geopperd bij een rondetafelgesprek van Kunsten’92." Daarop reageerde TED Amsterdam, dat TEDx events altijd multi-disciplinair zijn en met andere woorden niet gericht op een bepaalde 'vertical' als kunst en cultuur. Het idee van een Tedx Uitmarkt, zo liet ik Tedx Amsterdam weten, was bij mij waarschijnlijk ontstaan na het zien van een PBS televisie uitzending over TED Education, met onder meer John Legend, Bill Gates en Sir Ken Robinson. Het bracht Tedx Amsterdam niet op een andere gedachte. Dit soort tegenvallers leerde me wel hoe makkelijk het is om te zeggen hoe het beter kon volgens mij en hoe moeilijk het is om het daadwerkelijk zelf te doen. Ik raakte niet ontmoedigd omdat ik wel progressie maakte. Mijn netwerk in de culturele sector verbreedde, het aantal volgers op mijn Facebook pagina steeg gestaag tot iets meer dan 1000 volgers, en bovenal mijn beeld over waar ik nou eigenlijk mee bezig was werd steeds scherper.